Nog geen winterpret

Weet u het nog? Begin december 2016 werd er geschaatst oa. op het Naardermeer.

Vorig jaar 2015 hebben we helemaal niet kunnen schaatsen. Schaatsliefhebbers keken daarom hoopvol uit naar een mogelijk vervolg, later in december. Helaas was er later in de maand bijna alleen maar zacht weer, zodat december 2016 als een zachte maand de boeken in zal gaan. Weliswaar is de maand veel minder zacht van in 2015 toen december in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 9.6 graden scoorde. Vooral de kerstdagen zijn dit jaar weer mild, maar vorig jaar hadden we de zachtste kerstdagen ooit met maximumtemperaturen van ruim 14 graden! De laatste kerstdagen met sneeuw- en ijspret dateren alweer van 2009 en 2010. In 2009 viel de sneeuw in grote hoeveelheden in de weken voor de kerst. Juist tijdens de kerstdagen dooide het en er viel ook nogal wat regen, maar het sneeuwdek was dik genoeg om dit nog net te weerstaan, zodat het een toch witte Kerst was. Een jaar later was er wel een mooie, witte Kerst en er kon op een aantal plekken zowaar zelfs nog worden geschaatst.

Bekende weerspreuken geven aan dat het na de kerstdagen gewoonlijk kouder wordt. Vooral na Driekoningen, op 6 januari, zou het kouder moeten worden. Volgens de klimatologie klopt dit ook. In ons land is de koudste periode pas eind januari tot en tijdens de eerste helft van februari. Vooral ouderen zullen zich vaak herinneren dat na de kerstdagen de jaarwisseling vaak kouder verliep en er uiteindelijk tijdens de laatste dagen van de kerstvakantie nog wel eens geschaatst kon worden. Met onderbrekingen was het dan in veel winters vaak koud genoeg om enkele of soms meerdere dagen op de schaats te komen. Eind februari, wanneer de zonnestraling steeds meer kracht krijgt, neemt de kans op schaatsijs snel af, maar er zijn winters, waarin we ook in maart nog konden schaatsen. Dat was natuurlijk niet alleen in zeer strenge winters het geval, zoals in 1963, maar ook in 1987, met de bekende ijzelramp in noordoost-Nederland, alsmede in 1996.

Hoe het dit jaar gaat verlopen, is natuurlijk nog lang niet aan te geven, maar er zijn wel een aantal opmerkelijke zaken aan de hand. De ijsbedekking op de Noordelijke IJszee was deze herfst bijzonder laag. Op dit moment neemt het zeeijs wat meer toe dan gemiddeld, maar nog altijd is er veel te weinig ijs. Er is wel een verklaring voor. In doorsneewinters heerst er boven het noordpoolgebied een meer of minder gesloten circulatiepatroon, waarin het tijdens de poolnacht bijzonder koud is. Deze winter is er wat anders aan de hand. Vaak is deze koude bel, de polar vortex, in tweeën gebroken. De ene helft ligt boven Siberië, de ander helft boven Canada en Groenland. Het is in deze gebieden al langere tijd zelfs voor die gebieden extreem koud. En zowel in Rusland als in Canada ligt op veel plaatsen veel meer sneeuw dan gemiddeld. Boven het echte noordpoolgebied is het daarentegen vaak extreem warm, zelfs meer dan tien graden minder koud dan normaal.

Dit heeft nogal wat gevolgen voor het grootschalige circulatiepatroon, dat ook ons weer beïnvloedt. Het is niet per definitie zo dat we nu een zachte winter krijgen. Wel hebben we tot dusver gezien dat de straalstroom meer meandert dan normaal. We lagen in december heel vaak onder hogedruk-invloed. Liggen deze systemen goed, dan levert dit bij ons koud weer op, zoals begin december. Maar liggen ze voor ons fout dan betekent dit saai, en vaak zacht weer op, zoals we later in december zagen.

Dit maakt het allemaal erg ongewis over wat er de rest van de winter in het verschiet ligt. Het zou in januari zomaar flink koud kunnen worden, maar ook kan het langdurig zacht weer blijven. We zijn geneigd om te veronderstellen dat het in januari met de winter de (vrij) zachte kant uit gaat. Maar we moeten misschien maar met zijn allen wat gaan duimen dat we toch nog op de schaats kunnen komen met misschien een mooi wit decor er bij!

Natuurlijk ook alvast goede wensen voor de feestdagen,

Arie

Facebooktwitteryoutubeinstagram